Daarom is het thema Eenhoorns een goed boek
Een avontuur dat bij het kind past
Bijna niemand heeft ooit een eenhoorn gezien, en dat maakt hem zo bijzonder. Hij is prachtig maar schuw, en daardoor is een boek over eenhoorns spannend voor een kind: vertrouwen moet je verdienen. Je kind mag langzaam dichterbij komen, zacht praten en laten zien dat het het goed bedoelt. Daarna wachten ritten over weiden en door de wolken. Eenhoorns spreken kinderen aan die van paarden, kleuren en glitter houden, maar ook kinderen die het idee mooi vinden van een dier dat zich alleen laat zien aan wie geduld heeft.
Waar een eenhoorn je naartoe draagt
Op de rug van een eenhoorn kan je kind naar een vallei gaan waar alle kleuren vandaan komen, naar een eenhoornveulen dat in de mist is verdwaald of naar een wei die is opgehouden met bloeien. Misschien is de regenboog een kleur kwijt, zoals in het idee De regenboog van de eenhoorn. Het kind mag vliegen, maar leert ook de manen borstelen en het gras vinden waar eenhoorns het meest van houden. Het kan ook gaan om een kudde beschermen tegen iemand die haar wil vangen, of de weg naar huis vinden door een bos waar alles glinstert en niets is wat het lijkt.
Jullie kiezen de kleur van de manen
Vraag je kind welke kleur de manen van de eenhoorn krijgen, hoe hij heet en wat hij eet. Rijdt je kind paard, heeft het een lievelingspony op de manege of aait het gewoon graag de pony van de buren, dan kan dat in het verhaal komen. Een broer of zus kan een eigen eenhoorn krijgen, en een ouder die een beetje bang is voor paarden kan aan het eind juist het dapperst blijken. Heeft je kind een eenhoorn getekend, gebruik die tekening dan bij het beschrijven.
Voor de jongsten draait het om kleuren en beweging: galop, sprong, regenboog. Drie- en vierjarigen willen graag dat de eenhoorn hun vriend wordt en mee naar huis gaat. Zesjarigen houden van een opdracht waarbij iets gevonden moet worden, en oudere kinderen waarderen een eenhoorn met een eigen wil, die niet doet wat je zegt.
De hoorn die als schat werd verkocht
Eenhoorns bestaan niet, maar in de middeleeuwen werden lange, gedraaide hoorns verkocht als eenhoornhoorn, en ze waren ontzettend kostbaar. In werkelijkheid kwamen ze van de narwal, een walvis uit de koude zeeën in het noorden. De hoorn van de narwal is een tand die door zijn bovenlip naar buiten groeit. Zoek samen een foto van een narwal op en vergelijk hem met de eenhoorn in het boek. Narwallen leven in het Noordpoolgebied en duiken diep om vis te vangen. Praat erover waarom mensen vroeger zo graag in eenhoorns wilden geloven, en van welk dier je kind zou willen dat het echt bestond.
Jouw kind is de held
Je vult de naam en leeftijd van het kind in en wat het kind leuk vindt, en je uploadt een foto. Het verhaal over eenhoorns wordt geschreven voor jouw kind, en de dertien afbeeldingen en de omslag worden getekend naar de foto in de stijl die je kiest. Broers en zussen, ouders, opa en oma of het huisdier kunnen meedoen, tot vijf personages. Wil je iets laten terugkomen wat de laatste tijd is gebeurd, een reis of een losse tand, schrijf het dan op, dan wordt het erin verweven.
Van e-book tot gebonden boek
Het e-book is een paar minuten na de betaling klaar. Lees het, pas de tekst aan en vraag nieuwe afbeeldingen tot je tevreden bent. Daarna bestel je het als gebonden boek in A4, gedrukt en bij je thuis bezorgd, of rechtstreeks naar het kind als cadeau. Voeg gerust het audioboek of de kleurplaten toe. Begin met het maken van het boek of lees meer over de prijzen. Wil je zien hoe een afgewerkt boek eruitziet voordat je beslist? Blader door onze voorbeeldboeken.
Zo kan het verhaal beginnen
Helemaal achter in de wei, waar het hek ophoudt en de berken beginnen, staat iets wits. Eerst denk je dat het een paard is. Dan draait het zijn hoofd, en midden op zijn voorhoofd glanst een hoorn die gedraaid is als een schelp. Je houdt je adem in. Opa heeft gezegd dat je nooit naar een dier moet rennen dat je niet kent, dus je gaat in het gras zitten en wacht. Het duurt lang. Een hommel zoemt voorbij. De zon verdwijnt achter een wolk en komt weer tevoorschijn. Dan hoor je hoeven, zacht en langzaam, en ineens staat hij vlak naast je. Hij snuffelt aan je hand. Hij ruikt naar appels en regen. “Jij hebt gewacht”, zegt hij, al bewegen zijn lippen niet. “De meesten rennen. Wil je zien waar wij wonen?”










