Daarom is het thema Gepest worden een goed boek
Een avontuur dat bij het kind past
Als iemand gemene dingen zegt, kan het voelen alsof je de enige bent die het meemaakt. Het is moeilijk om erover te vertellen en moeilijk om te weten wat je moet doen. In een boek over gepest worden ontmoet je kind een held die iets vergelijkbaars doormaakt en er aan de andere kant weer uitkomt. Het laat zien dat er niets mis is met wie gepest wordt, dat er volwassenen zijn die luisteren en dat vriendschap op onverwachte plekken kan beginnen. Het boek kan een rustige ingang zijn naar een gesprek dat anders moeilijk op gang komt.
Hoe het boek het moeilijke aanpakt
Een boek over gepest worden hoeft het gemene niet in detail te laten zien. Het kan de held iemand laten vinden om mee te spelen die ook buiten de groep heeft gestaan, één keer laten durven zeggen dat het moet stoppen en merken dat dat iets veranderde, het aan een juf of meester laten vertellen en serieus genomen worden, en laten ontdekken dat waar de anderen om lachten iets is waar de held zelf juist van houdt. Het einde hoeft niet te zijn dat iedereen vrienden wordt, alleen dat de held er niet meer alleen voor staat.
Voorzichtig met het persoonlijke
Hier is het verstandig om na te denken over waarin je kind zich wil herkennen. Soms is het beter dat het boek over iets verwants gaat dan over precies wat er is gebeurd. Vul in wat kracht geeft: een vriendje dat veel betekent, een hobby waar je kind trots op is, een volwassene op de opvang of school die je kind vertrouwt, of de hond die altijd blij is. De boodschappen vriendschap en respect passen hier goed. Wil je liever het gevoel versterken dat je kind goed is zoals het is, dan is er het thema zelfvertrouwen.
Voor de jongsten gaat het boek meer over aardig zijn en mogen meedoen dan over gepest worden. Bij kleuters past een eenvoudige situatie op het schoolplein met een duidelijke wending. Vanaf zes jaar kan de held zelf weerwoord geven, en een verhaal voor tien jaar en ouder kan ook gaan over degene zijn die ziet dat iemand anders het moeilijk heeft.
Het gesprek achteraf
Lees het boek op een rustig moment, liever niet dezelfde avond dat er iets is gebeurd. Vraag hoe de held zich voelde en wat er hielp, en luister meer dan je praat. Kinderen vertellen soms meer over de held van het boek dan over zichzelf, en dat is helemaal goed. Het belangrijkste wat je kind kan meenemen, is dat het altijd aan een volwassene mag vertellen wat er gebeurt, en dat het nooit zijn eigen schuld is.
Jouw kind is de held
Je vult de naam en leeftijd van het kind in en wat het kind leuk vindt, en je uploadt een foto. Het verhaal over gepest worden en vriendjes maken wordt geschreven voor jouw kind, en de dertien afbeeldingen en de omslag worden getekend naar de foto in de stijl die je kiest. Broers en zussen, ouders, opa en oma of het huisdier kunnen meedoen, tot vijf personages. Wil je iets laten terugkomen wat de laatste tijd is gebeurd, een reis of een losse tand, schrijf het dan op, dan wordt het erin verweven.
Van e-book tot gebonden boek
Het e-book is een paar minuten na de betaling klaar. Lees het, pas de tekst aan en vraag nieuwe afbeeldingen tot je tevreden bent. Daarna bestel je het als gebonden boek in A4, gedrukt en bij je thuis bezorgd, of rechtstreeks naar het kind als cadeau. Voeg gerust het audioboek of de kleurplaten toe. Begin met het maken van het boek of lees meer over de prijzen. Wil je zien hoe een afgewerkt boek eruitziet voordat je beslist? Blader door onze voorbeeldboeken.
Zo kan het verhaal beginnen
De pauze is bijna voorbij. Je staat bij het hek en kijkt naar je schoenen, de nieuwe met de groene veters. Daar lachten ze vandaag weer om. Je weet niet precies waarom schoenen grappig kunnen zijn, maar je gezicht werd warm en je buik koud, allebei tegelijk. Achter je knerpt het grind. Er komt iemand aan. Je verwacht nog meer gelach, maar het blijft stil. Als je opkijkt, staat er een kind uit de andere klas, met een bal onder de arm en een barst in één brillenglas. “Ik heb ook groene veters”, zegt het kind en tilt een voet op. Het klopt. “Wil je voetballen? Niemand wil keepen.” Je aarzelt. Over twee minuten gaat de bel. Maar twee minuten kan best lang zijn, als je weet wat je ermee moet doen.










