Daarom is het thema Leren klokkijken een goed boek
Een avontuur dat bij het kind past
Er hangt in bijna elke keuken een klok, maar zelden legt iemand hem echt uit. “Over een kwartiertje” en “half zeven” zijn moeilijke woorden, tot ze vastzitten aan iets wat je kind zelf doet. In een prentenboek kan tijd een vorm krijgen: het ontbijt als de kleine wijzer op de zeven staat, de bus die gaat als de grote recht omhoog wijst. Als je kind in het verhaal degene is die de tijd in de gaten houdt, wordt de wijzerplaat iets om te begrijpen, in plaats van iets waar volwassenen gehaast naar kijken in de gang.
Kwart voor, half en kwart over
Een klokkijkboek kan één dag uur na uur volgen: de wekker om zeven uur, iets lekkers om drie uur, het bad als de grote wijzer nog een hele ronde heeft gemaakt. Het kan ook gaan over op tijd zijn, een wedloop tegen de wijzers voordat de trein vertrekt of de zon ondergaat. De Nederlandse manier om tijd te zeggen heeft zijn knopen, en die kunnen een plek krijgen in het verhaal. Half drie betekent een halfuur vóór drie, niet erna, en vijf voor half is een uitdrukking waar veel kinderen van in de war raken.
Tijden uit jullie eigen huis
De dag van je kind heeft al zijn vaste tijden, en daarop kan het boek bouwen. Vul in hoe laat jullie meestal opstaan, wanneer er op de opvang of school fruit wordt gegeten, wanneer een ouder thuiskomt van het werk en hoe laat de film op zaterdag begint. Hebben jullie een bijzondere klok in huis, een koekoeksklok aan de muur, een wekker in de vorm van een uil of een horloge dat je kind cadeau heeft gekregen, dan mag die op de tekeningen staan. Is er onlangs iets gebeurd dat met tijd te maken had, een trein die jullie bijna misten of een ochtend waarop iedereen zich versliep, dan kan dat het begin van het boek worden.
De tijd zien voorbijgaan
Bij 0–2 jaar is de klok vooral een geluid, tik en tak, en wordt de dag verdeeld in ochtend, eten en nacht. Een vierjarige kan de kleine wijzer leren onderscheiden van de grote en woorden als voor en na gaan begrijpen. Bij 6–9 jaar past een verhaal waarin de minuten echt tellen, met kwartieren en halfuren als onderdeel van het plan. Vanaf 10 jaar kan het boek spelen met tijdzones of met een klok die koppig achteruit blijft lopen.
Maak na het lezen samen een eigen klok van een papieren bordje en twee kartonnen wijzers. Zet de wijzers op het volgende moment van de dag, bijvoorbeeld het avondeten, en laat je kind roepen wanneer de keukenklok hetzelfde aanwijst.
Jouw kind is de held
Je vult de naam en leeftijd van het kind in en wat het kind leuk vindt, en je uploadt een foto. Het verhaal over leren klokkijken wordt geschreven voor jouw kind, en de dertien afbeeldingen en de omslag worden getekend naar de foto in de stijl die je kiest. Broers en zussen, ouders, opa en oma of het huisdier kunnen meedoen, tot vijf personages. Wil je iets laten terugkomen wat de laatste tijd is gebeurd, een reis of een losse tand, schrijf het dan op, dan wordt het erin verweven.
Van e-book tot gebonden boek
Het e-book is een paar minuten na de betaling klaar. Lees het, pas de tekst aan en vraag nieuwe afbeeldingen tot je tevreden bent. Daarna bestel je het als gebonden boek in A4, gedrukt en bij je thuis bezorgd, of rechtstreeks naar het kind als cadeau. Voeg gerust het audioboek of de kleurplaten toe. Begin met het maken van het boek of lees meer over de prijzen. Wil je zien hoe een afgewerkt boek eruitziet voordat je beslist? Blader door onze voorbeeldboeken.
Zo kan het verhaal beginnen
Opa's oude wandklok is gestopt met tikken. De wijzers staan stil op kwart voor drie, en het is zo stil in huis dat je de koelkast hoort zoemen. “Hij is nog nooit eerder blijven staan”, zegt opa, en hij krabt aan zijn baard. Je klimt op een krukje en gluurt achter het kleine glaasje. Daar, tussen de tandwieltjes, zit een muis in een blauw vestje te snikken. “Ik ben de sleutel kwijt”, zegt hij. “Zonder sleutel kan ik de klok niet opwinden, en als hij voor het avondeten niet weer loopt, staat de hele dag stil.” Je kijkt naar de wijzers. Je weet dat de kleine de uren aanwijst en de grote de minuten. Het is niet veel, maar het is meer dan de muis weet. Hij veegt zijn neus af met zijn staart en wijst naar een gat helemaal onder in de muur. “De sleutel is daarin gerold. Jij past er wel door, denk ik.”










