Daarom is het thema Een treinreis een goed boek
Een avontuur dat bij het kind past
Een treinreis is een reis die je kunt zien. Het kind zit bij het raam terwijl steden, koeien, meren en bossen voorbijglijden, hoort de conducteur door de wagon komen en voelt de vloer wiegen in de bochten. Er is een klaptafeltje, een wc die meebeweegt en een kaartje dat je moet laten zien, en op lange reizen soms een restauratiewagen. Een boek over een treinreis vangt het gevoel van onderweg zijn naar ergens. Het past zowel bij een lange reis naar familie als bij het kind dat gewoon gek is op treinen en er alles over wil weten.
Van perron tot eindstation
De trein in het boek kan een lange tunnel in suizen, waar het raam een spiegel wordt en het kind zichzelf in het donker ziet. Er kan warme chocolademelk komen in de restauratiewagen, met een beker die heen en weer schuift over het tafeltje. Het kind kan een medereiziger ontmoeten met een hond in een tas of een viool in een koffer. Bij een klein station kan er iets heel onverwachts instappen. En als jullie aankomen, staat er iemand op het perron te zwaaien. Het kind kan ook dingen opmerken die de volwassenen missen: een paard dat een stukje met de trein mee rent, of een huis in precies dezelfde kleur als dat van jullie.
De reis zelf is het verhaal. Het geeft niet als er op het eindstation niets bijzonders gebeurt – de weg ernaartoe is waar het om draait.
Waar gaan jullie heen?
Schrijf het doel van de reis op: naar opa en oma in een andere stad, naar de bergen, naar zee. Hebben jullie met de nachttrein gereisd, dan kan het boek de slaapcoupé laten zien en het smalle laddertje naar het bovenste bed. Vertel wie er reist, wat er in de lunchtrommel zit en welke knuffel een eigen kaartje nodig heeft. Heeft het kind een lievelingsstuk van de route, zoals dat waar de trein vlak langs het water rijdt, dan kan juist dat een plaatje in het boek worden.
Treintje spelen als het boek uit is
Bij de jongsten draagt het geluid het verhaal: tsjoek, tsjoek, rammel, ding, aangekomen. Met de leeftijd 3–5 gekozen past één reis van huis tot aankomst, alles in de goede volgorde. Kinderen die al naar school gaan, kunnen het mysterie van de laatste wagon krijgen. Wie tien of ouder is, kan een reis door de nacht volgen, met stations die elkaar afwisselen en spanning die stijgt.
Zet na het lezen de keukenstoelen op een rij, maak kaartjes van papier en laat het kind conducteur zijn. Praat over waar de trein zijn kracht vandaan haalt. Veel treinen krijgen hun stroom van een draad boven het spoor, en de arm op het dak die de draad raakt, heet een stroomafnemer.
Jouw kind is de held
Je vult de naam en leeftijd van het kind in en wat het kind leuk vindt, en je uploadt een foto. Het verhaal over een treinreis wordt geschreven voor jouw kind, en de dertien afbeeldingen en de omslag worden getekend naar de foto in de stijl die je kiest. Broers en zussen, ouders, opa en oma of het huisdier kunnen meedoen, tot vijf personages. Wil je iets laten terugkomen wat de laatste tijd is gebeurd, een reis of een losse tand, schrijf het dan op, dan wordt het erin verweven.
Van e-book tot gebonden boek
Het e-book is een paar minuten na de betaling klaar. Lees het, pas de tekst aan en vraag nieuwe afbeeldingen tot je tevreden bent. Daarna bestel je het als gebonden boek in A4, gedrukt en bij je thuis bezorgd, of rechtstreeks naar het kind als cadeau. Voeg gerust het audioboek of de kleurplaten toe. Begin met het maken van het boek of lees meer over de prijzen. Wil je zien hoe een afgewerkt boek eruitziet voordat je beslist? Blader door onze voorbeeldboeken.
Zo kan het verhaal beginnen
Het perron staat vol mensen en koffers op wieltjes die over de tegels ratelen. Hoog boven je hangt een bord met gele letters die steeds van plek wisselen. “Daar,” zegt mama, en ze wijst. “Spoor vier.” De trein glijdt langzaam binnen, lang als een slang, en stopt met een diepe zucht. De deuren gaan open. Jullie vinden je plaatsen, en jij mag bij het raam zitten, met een tafeltje dat je kunt uitklappen. Je legt je tekenblok, je potloden en het pak koekjes op een rij. Met een schok beginnen jullie te rijden, eerst langzaam langs de huizen en dan steeds sneller. Als de conducteur de kaartjes komt bekijken, buigt ze zich naar je toe en fluistert: “Wist je dat deze trein een wagon heeft die op geen enkele kaart staat? De laatste. Daar kom je alleen met het juiste kaartje.” Ze knipoogt en legt een goudkleurig kaartje op je tafeltje.










