Daarom is het thema Reuzen een goed boek
Een avontuur dat bij het kind past
Kinderen leven elke dag tussen reuzen. De tafel is hoog, de volwassenen kunnen bij de bovenste plank en de deurklinken zitten ver boven je hoofd. In een sprookje over reuzen draait dat om: daar is het kind klein en snel, en de grote blijkt onhandig, eenzaam of bang voor iets piepkleins. Het is grappig en geruststellend tegelijk om te zien dat grootte niet alles is. Je kind mag degene zijn die naar binnen kruipt waar de reus niet bij kan, en degene die begrijpt wat de reus eigenlijk nodig heeft.
Groot en klein op dezelfde bladzijde
Veel van het plezier in een reuzenverhaal zit in het verschil in grootte. Je kind kan door de jaszak van de reus lopen als door een grot, in zijn pantoffel slapen of hem helpen een draad door een naald te halen die hij niet eens ziet. Misschien is de reus zijn ring kwijt, een zaadje dat hij beloofd had te planten of de muis die zijn enige vriend is. Het kind vindt het terug, en de reus draagt het op zijn schouder over het bos naar huis. Een ander verhaal gaat over een reus die bang is voor muizen, of over een reus die vrienden wil worden met het dorp maar niet weet hoe je aanklopt zonder dat de deur in stukken valt.
De reus stapt jullie leven binnen
De reus wordt nog leuker als hij in de eigen wereld van je kind belandt. Vertel waar jullie wonen – aan zee, in een flat, op het platteland – dan kan de reus over precies jullie daken stappen. Noem het lievelingsspel van je kind, en misschien wil de reus meedoen, ook al past hij nooit in de zandbak. Een broer of zus kan als eerste de voetstappen horen, en een lange ouder kan door de reus zelf een reus genoemd worden.
Voor een kind onder de drie draait het vooral om groot en klein, boem en stil. Kleuters houden van een reus die er gevaarlijk uitziet maar lief blijkt te zijn. Op de basisschool kan de reus een probleem hebben waarvoor list en samenwerking nodig zijn, en oudere kinderen kunnen een verhaal krijgen waarin niet duidelijk is of je elke reus kunt vertrouwen.
De stenen van de reuzen
In Drenthe liggen de hunebedden: graven van enorme keien die duizenden jaren geleden op elkaar zijn gestapeld. Lang vertelde men dat reuzen ze hadden gebouwd, en het oude woord hune betekent ook reus. Het echte verhaal is bijna even indrukwekkend: het landijs nam de stenen in de ijstijd mee uit Scandinavië en liet ze achter toen het smolt. Zoek samen een hunebed op of bekijk er foto's van, en bedenk hoe groot een reus zou moeten zijn om zo'n steen op te tillen. Sommige stenen wegen meer dan een olifant. Vraag je kind ook wat een reus als ontbijt zou eten.
Jouw kind is de held
Je vult de naam en leeftijd van het kind in en wat het kind leuk vindt, en je uploadt een foto. Het verhaal over reuzen wordt geschreven voor jouw kind, en de dertien afbeeldingen en de omslag worden getekend naar de foto in de stijl die je kiest. Broers en zussen, ouders, opa en oma of het huisdier kunnen meedoen, tot vijf personages. Wil je iets laten terugkomen wat de laatste tijd is gebeurd, een reis of een losse tand, schrijf het dan op, dan wordt het erin verweven.
Van e-book tot gebonden boek
Het e-book is een paar minuten na de betaling klaar. Lees het, pas de tekst aan en vraag nieuwe afbeeldingen tot je tevreden bent. Daarna bestel je het als gebonden boek in A4, gedrukt en bij je thuis bezorgd, of rechtstreeks naar het kind als cadeau. Voeg gerust het audioboek of de kleurplaten toe. Begin met het maken van het boek of lees meer over de prijzen. Wil je zien hoe een afgewerkt boek eruitziet voordat je beslist? Blader door onze voorbeeldboeken.
Zo kan het verhaal beginnen
De grond schudt. Eén keer, twee keer. De kopjes in de kast rinkelen. Je rent naar het raam en ziet dat iemand dwars over het voetbalveld is gelopen en kuilen heeft achtergelaten. In de grootste kuil staat water, en er zwemt al een eend rond. De sporen lopen naar de heuvel achter de school. Je volgt ze, langs de schommels, langs de grote eik, tot je iets hoort dat klinkt als een donderslag die snikt. Achter een steen zo groot als een huis zit een reus met zijn knieën opgetrokken. Zijn neus is rood en hij veegt zijn ogen af met een zakdoek zo groot als een zeil. “Ik ben hem kwijt”, zegt hij. “De kleine. De belangrijkste. En mijn vingers zijn te dik om te zoeken.”










